Familie Kampen op halte Mastenbroek (1872-1916)

zondag, 17 maart 2013

aangepast op dinsdag, 25 augustus 2015

1. Lieze Kampen (links) en Jo Kampen (rechts) voor de nog niet verbouwde halte Mastenbroek

1. Lieze Kampen (links) en Jo Kampen (rechts) voor de nog niet verbouwde halte Mastenbroek

2. Mastenbroek 1904 Lieze en Jo Kampen (foto uit De Week)

2. Mastenbroek 1904 Lieze en Jo Kampen (foto uit De Week)

2a. Gedeelte van het personeelsformulier van Sebe Hendrik Kampen

2a. Gedeelte van het personeelsformulier van Sebe Hendrik Kampen

2b. Gedeelte van het personeelsformulier van Elisabeth Kampen

2b. Gedeelte van het personeelsformulier van Elisabeth Kampen

2c. Gedeelte van het personeelsformulier van Johanna Willemina Kampen

2c. Gedeelte van het personeelsformulier van Johanna Willemina Kampen

3. Mastenbroek familiegraf familie Kampen

3. Mastenbroek familiegraf familie Kampen

4. Mastenbroek familiegraf familie Kampen

4. Mastenbroek familiegraf familie Kampen

4a. Mastenbroek anno 2013, de drie grafstenen van Sebe, Alida en Hermina (liggend); Lieze en Jo zijn hier wel begraven naar worden niet vermeld

4a. Mastenbroek anno 2013, de drie grafstenen van Sebe, Alida en Hermina (liggend); Lieze en Jo zijn hier wel begraven naar worden niet vermeld

4b. Mastenbroek anno 2013 de ingekorte grafsteen van Sebe Hendrik Kampen

4b. Mastenbroek anno 2013 de ingekorte grafsteen van Sebe Hendrik Kampen

4c. Almelo, graf van Dorothea Kampen en haar man

4c. Almelo, graf van Dorothea Kampen en haar man

5. Nunspeet, de voormalige stationschefwoning waar Dorothea met haar man woonde en Lieze en Jo tijdelijk verbleven

5. Nunspeet, de voormalige stationschefwoning waar Dorothea met haar man woonde en Lieze en Jo tijdelijk verbleven

5a. IJsselmuiden 2013, in dit huis aan de Burgemeester van Engelenweg 74 woonden de beide zusters vanaf december 1924 tot de dood van Lieze november 1927

5a. IJsselmuiden 2013, in dit huis aan de Burgemeester van Engelenweg 74 woonden de beide zusters vanaf december 1924 tot de dood van Lieze november 1927

Een familie die ongetwijfeld belangrijk is geweest voor de halte Mastenbroek was de familie Kampen. Vooral dochter Elisabeth is bekend geworden omdat zij de eerste vrouwelijke haltechef in Nederland was. Het is boeiend om deze familie te volgen want zij hebben op het Kamperlijntje een belangrijke rol gespeeld.

Sebe Hendrik Kampen werd op 17 augustus 1817 in Eppenhuizen (Groningen) geboren als zoon van de ongehuwde Aaltje Jans Kampen. In eerste instantie was hij daar als boerenknecht werkzaam. Vanaf april 1839 tot april 1844 was hij in militaire dienst bij de Infanterie in Ede. Meteen na zijn diensttijd ging hij daar aan het werk als voormansknecht bij de aanleg van de spoorlijn Utrecht –Ede-Arnhem van de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij (NRS), eind 1844 als los arbeider in Rheden. Tijdens zijn diensttijd had hij de 25-jarige Hermina Plenk, geboren in Rheden ontmoet en op 11 mei 1844 trouwden zij in Ede.

Hoofdconducteur

Op 11 november 1844 werd hun eerste dochter Alida geboren. Op 16 mei 1845 was hij als wegwachter werkzaam in dienst van de NRS in of rond Arnhem. Op 19 september 1847 werd in Arnhem zijn tweede dochter Elisabeth (Lieze) geboren. In 1852 werd Sebe Hendrik benoemd tot hoofdconducteur bij de NRS. Op 26 augustus 1852 werd zijn derde dochter geboren, die ze Johanna Willemina (Jo)noemden. Op 20 juni 1863 stapte hij over naar de NCS in Utrecht, waar hij werd benoemd tot hoofdconducteur en beëdigd op 12 november 1863.

Naar Zwolle
Toen de spoorlijn tussen Utrecht en Zwolle in zijn geheel was geopend op 6 juni 1864, verhuisde het gezin (daarvoor vermoedelijk nog steeds in Arnhem woonachtig) naar Zwolle, Kamperpoortenwal B 151. Na de opening van de spoorlijn Zwolle – Kampen verhuisde het gezin op 6 juni 1865 naar Kampen, Over de Brug 342T (Spoorkade) en op 14 mei 1867 naar IJsselmuiden, Nieuwe Weg 77. Dochter Alida had in Arnhem de 24-jarige dienstplichtige onderofficier militair bij de Infanterie Jan Frederik Muller uit Amsterdam leren kennen en trouwde met hem in Kampen op 27 september 1866 en vertrok met hem naar Amsterdam. Zij kregen daar drie zonen en drie dochters.

Ongehuwd

Lieze beviel op 28 mei 1870 van een dochter die ze Dorothea Maria Johanna noemde. De vader was vermoedelijk de 27-jarige Herman Hendrik Schermer die samen met de vroedvrouw aangifte deed, maar zij trouwde niet met hem. Het lijkt erop dat Elisabeth haar moederschap verborgen hield, want op haar personeelslijst staat vermeld dat ze ongehuwd was en geen kinderen had. Destijds was het ongehuwd moederschap geen aanbeveling om te mogen werken bij een spoorwegmaatschappij.



Naar Mastenbroek

Blijkbaar trok het boerenleven vader Sebe nog steeds aan, want toen de chef van de halte Mastenbroek Beerenstein in 1870 vertrok, werd Sebe Hendrik met ingang van 1 juli 1870 als nieuwe haltechef benoemd en verhuisde het gezin op 23 juli naar de halte in de polder Mastenbroek met haar weidse landschap. Het haltegebouw was erg klein, nauwelijks 8 bij 6 meter waar de wachtkamer annex bureauruimte van 18 m2 nog vanaf ging zodat voor bewoning slechts ca. 30 m2 overbleef (plus zolder). In 1872 schreef de Raad van Toezicht op de Spoorwegdiensten aan de NCS dat gebleken was dat de wachtkamers in de haltes De Bilt, Hulshorst en Mastenbroek onverwarmd waren en dat in Mastenbroek de eigenlijke wachtkamer door de familie Kampen gebruikt werd als woonkamer en de (kleinere) woonkamer als wachtkamer/kaartverkoop.  De Raad adviseerde om kachels te plaatsen maar dit wees de NCS af. De minister echter gaf de NCS bevel de ruimtes wel te verwarmen. Ondanks de krappe ruimte  in de halte kwamen de kinderen van Alida  er vaak logeren en werkten in ’s-Heerenbroek en omgeving onder andere als dienstbodes.

Huwelijksproblemen

In 1889 kwam Alida zelfs met drie kinderen vanwege huwelijksproblemen tijdelijk bij haar ouders en zuster in de halte wonen. Mogelijk was de dood van haar 8-jarige dochtertje Geertje in 1888 daarvan de oorzaak. Bovendien was haar man Jan Frederik Muller na diverse baantjes werkeloos geworden en vertrok tijdelijk naar Transvaal (Afrika). In 1894 ging zij met hem weer samenwonen in Oldenzaal maar dat duurde slechts twee maanden. Zowel in 1891 als in 1896 werd Jan Frederik Muller vanwege landloperij veroordeeld tot enkele maanden opsluiting in Rijksinrichting Veenhuizen. Later woonde hij weer in Amsterdam en werkte daar als kelner. Hij overleed op 2 augustus 1913 in een Psychiatrisch ziekenhuis in Amsterdam.

Officieel zijn ze nooit gescheiden. Alida woonde met haar jongste zoon Frederik Johannes Muller in 1890 in Zwolle en vertrok later in dat jaar naar Amersfoort. In 1904 woonde ze weer even bij haar ouders en zusters in de halte Mastenbroek om van daaruit te vertrekken naar Apeldoorn. Vanaf 23 april 1906 woonde zij bij haar zoon Seben Hendrik Muller in Utrecht.

Beheer

Destijds was het beheren van een halte iets wat het hele gezin aanging want op 1 januari 1875 werd Lieze benoemd tot tijdelijk telegrafiste, maar zonder salaris. In 1882 schreef de NCS aan de minister dat in de halte Mastenbroek onvoldoende personeel aanwezig was, maar dat de halte van onvoldoende betekenis was om het personeel uit te breiden. Wellicht om deze reden kreeg Lieze met ingang van 1 januari 1888 wel salaris en kreeg zij fl.  60,00/jaar, met ingang van 1 april 1891 verhoogd tot fl. 120,00/jaar, op 1 september naar fl. 0,50 per dag.Vader Sebe kreeg op 1 september 1894 eervol ontslag en kennelijk deed Lieze haar werk zo goed dat zij op dezelfde datum werd benoemd tot telegrafiste, tevens belast met de bediening van de overweg (naast het haltegebouw) met een dagloon van fl. 1,50 en fl. 1,00- gratificatie per maand en vrij wonen met verwarming en licht.
 Hiermee werd zij volledig met het beheer van de halte belast, onofficieel haltechef. Haar zuster Jo werd op dezelfde datum benoemd tot assistent-telegrafiste met de bediening van de overweg voor het bedrag van fl. 0,50/dag, op 1 oktober 1897 verhoogd tot fl. 0,75/dag.

Haltechef
Vader Sebe bleef met zijn vrouw Hermina bij zijn dochters wonen en assisteerde wellicht nu zijn dochters. Zo was de hele familie werkzaam op de kleine halte Mastenbroek. Op 30 juli 1900 overleed Sebe Kampen op bijna 83-jarige leeftijd in de halte Mastenbroek en zijn vrouw kocht voor hem een graf bij de kerk in Mastenbroek. Op 1 april 1901 werd Lieze officieel benoemd tot haltechef. Overigens weigerden de beide dames tijdens hun werk  een uniformpet te dragen, men zag ze alleen met hun eigen traditionele, ouderwetse ‘kapothoedjes’ op het hoofd.

Invaliditeit

Het haltegebouw werd in 1905/1906 aanzienlijk vergroot, zodat voor bewoning veel meer ruimte beschikbaar kwam. Op 23 mei 1907 kwam Alida na het overlijden van haar schoondochter in Utrecht weer bij haar moeder en zusters wonen, waarschijnlijk ziek want op 7 juli 1907 overleed zij in de halte. Haar moeder kocht ook voor haar een graf naast die van vader Sebe Kampen. Op 1 oktober 1911 werd Lieze vanwege invaliditeit eervol ontslagen en opgevolgd door haar zuster Jo. Moeder Hermina overleed op 13 februari 1915 op 96-jarige leeftijd in de halte Mastenbroek en werd bij haar man begraven.

Einde tijdperk familie Kampen
Blijkbaar ging het daarna met Lieze en Jo wat minder goed want op 1 december 1916 werd ook Jo vanwege invaliditeit eervol ontslagen. Zij was inmiddels al met Lieze op 9 december 1915 naar IJsselmuiden vertrokken, Nieuwe Weg 109. Haar opvolger Casper van Veenendaal was inmiddels per 1 december 1915 als nieuwe haltechef benoemd. De dochter van Lieze, Dorothea, was inmiddels op 30 juli 1896 gehuwd met Adrianus Antonie Hendrik Theijsmeijer, zoon van de stationschef in Oldebroek. Hij werkte als stationsklerk in Kampen. Na stationschef te zijn geweest in Oldebroek en Elburg-Epe werd hij op 1 december 1915 benoemd tot stationschef 2e/3e klasse in Nunspeet.

Samen

Jo en Lieze vertrokken op 4 juli 1916 naar Nunspeet, waar Lieze bij haar dochter en schoonzoon ging wonen Lb (45)58, tegenwoordig F.A. Molijnlaan 3 en Jo elders. Op 15 februari 1917 verhuisden de beide zusters naar (Lc 38(/38),Bergakkersweg 45 in Nunspeet maar in 1919 scheidden hun wegen weer en ging Lieze weer bij haar dochter wonen en Jo in Apeldoorn bij haar nicht Susanna, dochter van Alida. Na wat omzwervingen gingen de beide zusters in 1920 weer samen in Oldebroek wonen (omgeving IJsselvliet) om op 8 april 1924 terug te keren naar Kampen, Schoolstraat 10. In december 1924 verhuisden ze weer, nu naar de Nieuwe Weg 129 in IJsselmuiden, tegenwoordig Burgemeester van Engelenweg 74.

Lieze & Jo

Lieze overleed op 12 november 1927 in het Kamper ziekenhuis en werd op 16 november 1927 bij haar ouders en zuster in Mastenbroek begraven. Na haar overlijden woonde Jo tijdelijk bij haar nicht Dorothea in Nunspeet om op 1 mei 1928 terug te keren naar Kampen,  Marktgang 4. Men zag haar vaak in de stad wandelen met haar hondje en blijkbaar miste zij de vroegere vrijheid en het weidse landschap van Mastenbroek want zij klaagde dat ze zo weinig zonlicht in haar kamer had. Zij overleed in haar huis op 29 augustus 1932 en werd eveneens begraven bij haar ouders en zusters in Mastenbroek op 1 september 1932.

De Kamper Courant van 30 augustus 1932 besteedde er aandacht aan en schreef het volgende:
De volkmond had ervan gemaakt – al oude tijd – dat de stationschef van Kampen te Mastenbroek woonde.  Van “gemaakt”. Want de advertentie vermeldt het overlijden van mej. J.W. Kampen. Het ,, van” is er dus in den volksmond aan toegevoegd. Maar de nu overledene en haar zuster zijn vele jaren ,,chef” geweest te Mastenbroek. Wat ook vele jaren geleden is. Want de laatst overledene van het tweetal is tachtig geworden.

Tot slot

Een zoon van Alida, Frederik Johannes Muller geboren op 14 september 1877, was sergeant bij de Infanterie in Vlissingen maar verhuisde op 14 december 1912 naar Kampen waar hij met ingang van 1 januari 1913 werd  benoemd als ambtenaar en conciërge bij de Nuts Spaarbank. Hij was jarenlang belast met het schoolsparen. Zijn  zoon Johannes was een bekend gymnastiekleraar en werd in 1935 benoemd als portier van het sportterrein in IJsselmuiden. Hij overleed in 1972.

Als nagedachtenis aan Elisabeth Kampen zal in de nieuwe wijk Stationskwartier bij station Kampen Zuid een straat naar haar vernoemd worden - Elisabeth Kampenlaan - die de twee delen van de nieuwe wijk – met respectievelijk namen van (Kamper) treinen en bekende Kamper vrouwen – zal verbinden. Zo zal Elisabeth Kampen voor altijd blijven voortleven als één van de eerste vrouwelijke haltechefs in Nederland.

Kasper Haar

Grote kenner van de geschiedenis van het Kamperlijntje is de in Kampen woonachtige Kasper Haar.


 Lees hier verder...

HanzelijnHome

Hanzelijn

Op donderdag 6 december 2012 werd de Hanzelijn door Koningin Beatrix geopend en daarmee ook station Kampen Zuid.


Lees hier verder...

GAKklein

Stadsarchief Kampen

Initiator van de vernieuwde website van Het Kamperlijntje is het Stadsarchief Kampen.


 Lees hier verder...