De onteigening van de gronden

zaterdag, 31 december 2011

aangepast op donderdag, 27 augustus 2015

1. Overzichtstekening uit 1874 waarop de percelen met kadastrale gegevens vermeld staan

1. Overzichtstekening uit 1874 waarop de percelen met kadastrale gegevens vermeld staan

2. Overzichtstekening (deel 2)

2. Overzichtstekening (deel 2)

3. Overzichtstekening (deel 3)

3. Overzichtstekening (deel 3)

4. Overzichtstekening (deel 4)

4. Overzichtstekening (deel 4)

5. Overzichtstekening (deel 5)

5. Overzichtstekening (deel 5)

Aanvankelijk had de NCS geen moeite met de aankoop van land, maar in februari 1864 voorzag zij dat er moeilijkheden zouden ontstaan. Daarom verzocht zij de minister van Binnenlandse Zaken een wetsvoorstel in te dienen, waarin de spoorlijn Zwolle – Kampen tot een werk van algemeen nut verklaard werd. Op grond daarvan kon een beroep gedaan worden op de onteigeningswet uit 1851.

In het Staatsblad van 22 april 1864 werd de wet van toepassing verklaard. Op grond van de onteigeningswet werd door Gedeputeerde Staten van Overijssel vervolgens een commissie benoemd, die de bezwaren van betrokken landeigenaren moest aanhoren en hierover advies uitbrengen.

Op 1 juni 1864 werd in het gemeentehuis van Zwolle de eerste zitting gehouden. Zij stond onder leiding van de gedeputeerden Van Delden en Van Hasselt, bijgestaan door Baron De Vos van Steenwijk, burgemeester van Zwolle en Van der Lee, Hoofdingenieur van Waterstaat in Overijssel. Door drie personen werden bezwaren ingediend:

• H. Klinkert – optredend namens zijn vader H.J. Klinkert, bracht naar voren, dat de baan dwars hun perceel zou lopen en dat als gevolg daarvan de toegang tot het zuidelijk deel van hun land afgesneden zou worden. Hij verzocht om ook dit stuk te onteigenen ofwel ter plaatse een overweg te maken. Tevens vroeg hij een duiker te plaatsen.
• E. van Steenbergen verscheen namens de hervormde gemeente van Zwolle. Hij overhandigde een brief waarin de kerkeraad verzocht een overweg te maken op het perceel van G. Elhorst. Alleen over dit land kon men de gronden van de kerkelijke gemeente bereiken.
• De burgemeester zelf merkte nog op dat er bij het gemeentebestuur van Zwolle bezorgdheid bestond over de afwatering en het op peil houden van de waterstand van de aan de zuidkant van de spoorlijn gelegen gronden. Hij kwam met het verzoek om voldoende duikers aan te leggen. Tevens verzocht hij de hellingen van de overweg op de Veerallee minder steil te maken.

De volgende dag hield de commissie zitting in de herberg, ‘De Oranje Boom’ (tegenwoordig Zwolseweg 66) van Willem Holtland in 's-Heerenbroek. Nu nam Baron van Haersolte van Haerst, burgemeester van Zwollerkerspel aan de zitting deel. Acht personen kwamen opdagen om hun bezwaar kenbaar te maken:

• Hendrik Reuvekamp wees erop dat de toevoer en afvoer van het water van zijn sloten door de spoorbaan belemmerd zou worden. Hij verzocht om een aantal duikers van twintig centimeter in doorsnede.
• Soortgelijke verzoeken deden ook Johannes Woolthuis – namens zijn vrouw Marie Berghuis –, en Harm Zwakenberg.
• Willem Peter Hubert, procureur in Zwolle, uitte bij monde van Willem L. Voetelink de wens dat op kosten van de NCS voor zijn twee percelen een nieuwe dam met duiker en een afsluitbare overweg zouden worden aangelegd.
• Jan Gerrits van Dijk deed het verzoek om de overweg, die tussen de piketten negentien en twintig zou komen, te laten bewaken.
• Zwier Stoel vroeg te voorzien in een overweg voor zijn aan weerszijden van de spoorbaan gelegen landerijen, en daarin een deugdelijke afsluiting voor zijn vee te maken.
• Hendrik de Groot klaagde er namens de weduwe van Jacob Wolff uit Kampen over dat, hoewel van haar grond niets was onteigend, volgens de afbakening van het tracé haar de toegang tot het perceel aan de Breesteeg door de verhoogde baan werd ontnomen.
• De burgemeester van Zwollerkerspel tenslotte had bezwaar tegen de onteigening van een gedeelte van de Scholtensteeg en de Zandwetering, die voor algemeen gebruik bestemd waren.

Op dezelfde dag werd 's middags in de herberg van H. van Regteren aan de Trekvaart in IJsselmuiden zitting gehouden met deelname van burgemeester Van Engelenberg. Er kwam niemand opdagen.
In de toelichting van de commissie werden de bezwaren van commentaar en aanbevelingen voorzien. De verzoeken van Reuvekamp, Van Dijk, Zwakenberg, Stoel, de weduwe Wolff werden gegrond verklaard, terwijl Woolthuis slechts voor een deel zijn zin kreeg. De eisen van Hubert werden ongegrond verklaard. De burgemeester van Zwollerkerspel kreeg in zoverre zijn zin, dat de NCS werd opgedragen voor de onteigening van de Scholtensteeg en de Zandwetering een andere procedure te volgen.

Onderzoek
In september waren de gronden in de gemeenten Zwolle en IJsselmuiden onteigend, maar de NCS ondervond in Zwollerkerspel hardnekkige tegenstand. Enkele eigenaren lieten zich niet overhalen door de toezegging van de Maatschappij om een halte bij 's-Heerenbroek te maken.
Er moest nog 3.550 meter land onteigend worden. Eind 1864 zag de NCS zich genoodzaakt de hulp van de rechterlijke macht in te roepen, en moest de onteigeningswet uiteindelijk op 3 grondbezitters – tezamen goed voor 630 meter – worden toegepast. Zij vroegen een hogere prijs voor hun land dan de NCS wilde betalen.
De gedaagden waren: Albert Kiesbrink uit Zwollerkerspel, voormalig logement- en stalhouder; Zwier Stoel uit Zalk; en Zwiertje de Leeuw uit Zwollerkerspel, weduwe van Jan Holtland, met haar 6 kinderen. Door de rechtbank werden deskundigen benoemd bestaande uit de heren Wilhelmus Snel, wethouder en landbouwer te Zwollerkerspel, Willem Kanis, wethouder en landbouwer te Grafhorst en Gerrit Kragt, poldermeester afkomstig uit Mastenbroek. Zij stelden een onderzoek in naar de waarde van de landerijen en de waardevermindering door de slechtere bereikbaarheid en verminderde opbrengsten om daarna een prijs vast te stellen. Op 17 december 1864 stelden de deskundigen dit onderzoek in bij Albert Kiesbrink en Zwier Stoel en op 20 december 1864 bij de familie Holtland.

Vergoedingen
Op 23 januari 1865 deed de arrondissementsrechtbank in Zwolle uitspraak in de zaak van Albert Kiesbrink. Van de door hem geëiste schadevergoeding van fl. 6.018,- kende zij hem de som van fl. 1.987,15 toe, niet inbegrepen de kosten die hij zelf voor het proces gemaakt had. Daarnaast werd hij veroordeeld tot betaling van de door de NCS gemaakte proceskosten ad. fl. 843,22. De deskundigen hadden het bedrag van fl. 2.445,15 vastgesteld. Hij liet het er niet bij zitten en ging twee dagen later in cassatie bij de Hoge Raad der Nederlanden. Op 6 maart 1865 kwam de uitspraak waarbij zijn beroep werd ongegrond verklaard. Ook Zwier Stoel kreeg van de rechtbank van de door hem geëiste vergoeding ad. fl. 4.565,-aanzienlijk minder toegewezen namelijk fl. 1.033,95 en ook hij werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten ad. fl. 883,50. De deskundigen hadden hier het bedrag van fl. 1.863,60 vastgesteld. De familie Holtland had fl. 11.008,- geëist en kreeg van de rechtbank het bedrag fl. 4.043,19 toegewezen met betaling van de proceskosten ad. fl. 936,99. De deskundigen hadden hier het bedrag van fl. 5.216,19 vastgesteld. Overigens waren in de geëiste bedragen ook de kosten van aanleg van duikers, overwegen en afsluitingen opgenomen die nu voor rekening van de NCS kwamen.

 

Kasper Haar

Grote kenner van de geschiedenis van het Kamperlijntje is de in Kampen woonachtige Kasper Haar.


 Lees hier verder...

HanzelijnHome

Hanzelijn

Op donderdag 6 december 2012 werd de Hanzelijn door Koningin Beatrix geopend en daarmee ook station Kampen Zuid.


Lees hier verder...

GAKklein

Stadsarchief Kampen

Initiator van de vernieuwde website van Het Kamperlijntje is het Stadsarchief Kampen.


 Lees hier verder...